Hoe zit het eigenlijk met de specifieke EML maatregelen zwembaden? Deze uit het Activiteitenbesluit voortvloeiende lijsten verplichten instellingen met een bepaald energieverbruik immers tot het nemen van energiebesparende maatregelen: zogenaamde Erkende Maatregelen (EML) moeten minimaal worden onderzocht op economische haalbaarheid en -zo ja- worden uitgevoerd. Voorgaande geldt ook voor zwembaden waarbij aansluitend meer op specifiek voor zwembaden geldende speciale maatregelen wordt ingegaan.

Tabel 11 van de Erkende Maatregelenlijst Sport en Recreatie kent 6 gebouwgerelateerde activiteiten maar van de 7 faciliteitgerelateerde activiteiten gaat er slechts één specifiek in op EML maatregelen zwembaden.
In bijlage 10 van het Activiteitenbesluit heet deze activiteit:

FE: Het in werking hebben van een zwembassin FE1 t/m FE5

Het Activiteitenbesluit noemt vervolgens 5 kanshebbende maatregelen die een instelling met een zwembad ter verduurzaming zou dienen te treffen waarbij de kosten voor realisatie binnen 5 jaar kunnen zijn terugverdiend:

  • FE1 Energieverbruik pompen beperken
  • FE2 Warmteverlies via wanden beperken
  • FE3 Warmteverlies zwembadwater via leidingen beperken
  • FE4 Warmteverlies via spoelwater beperken
  • FE5 Warmteverlies via glijbaan (“buitenom”) beperken

Indien de investering in EML maatregelen zwembaden niet binnen 5 jaar vanuit de vermeden kWh of warmteverlies kan worden terugverdiend hoeft de maatregel wettelijk niet te worden getroffen.

FE1 Energieverbruik pompen beperken

Bepalend voor de haalbaarheid van deze maatregel is het vermeden drukverlies t.g.v. de geplaatste toerenregeling. Dit vermijdbare drukverlies is soms zichtbaar in de vorm van een ingeregelde persafsluiter van de betreffende pomp. Daarnaast dient de pomp voor de goede werking vaak ook een minimale druk te handhaven.
Ook worden bepaalde kosten nogal eens vergeten, zoals die voor aanpassing van de schakelkast en die voor het leggen van een nieuwe afgeschermde voedingskabel.

FE2 Warmteverlies via wanden beperken

De in de EML genoemde technische voorwaarde van -voor naïsolatie- bereikbare bassinwanden (bijvoorbeeld via een kruipruimte) gaat niet altijd op. Wanneer die kruipruimte deel uitmaakt van het ventilatiesysteem heeft isolatie geen toegevoegde waarde. De afgezogen lucht in het plenum heeft dan nl. nagenoeg dezelfde temperatuur als de bassinwand.

FE3 Warmteverlies zwembadwater via leidingen beperken

Ook de in de EML genoemde technische voorwaarde van bereikbaarheid van de -na te ïsoleren- leiding (bijvoorbeeld die in een technische of kruipruimte) gaat niet altijd op. Verder speelt de delta-T een belangrijke rol. Een typisch voorbeeld: Het extra warmteverlies van een PVC zwembadwaterleiding 29 grC. DN200 bedraagt ongeïsoleerd ca 54 W per strekkende meter bij een delta-T van 5 K. Met 10 mm steenwol geïsoleerd is het verlies ca. 13W. Het vermeden warmteverlies van het verschil (54-13=41 W/m strekkende leiding) bedraagt dus 360 thermische kWh/jr oftewel 41 m3 aardgas/jr. Als deze leiding voor maximaal een bedrag van euro 133,-/m strekkende leiding (=5 [jaar] x 41 [m3] x 0,65 [euro/m3]) geïsoleerd kan worden, voldoet de maatregel aan de EML-lijst eis. Dit lijkt bij gasverwarming niet uitgesloten.

EML-maatregelen-zwembaden

Hoewel dit in de branche niet gebruikelijk is loont het isoleren van warme zwembadleidingen in situaties met voldoende delta-T soms wel degelijk. Als onderbouwing maakt nevenstaand voorbeeld dit duidelijk:
Het thermische verliesvermogen van een PVC DN200 leiding in 3 situaties,
1: ongeïsoleerd (s=0);
2: licht geïsoleerd (s=10mm) en
3: zwaar geïsoleerd (s=20 mm)

Het verliesvermogen per strekkende meter neemt van 54 naar 13 naar 8 W af.

Vraag is nu: tegen welke kosten wordt dit vermogen opgewekt?


Wordt de warmte daarentegen met een warmtepomp (sCOP=4) opgewekt dan kan het waarschijnlijk niet uit. Het toelaatbare investeringsbedrag daalt nu naar euro 72,-/m strekkende leiding (5 [jaar] x 360 [kWh] / 4 [sCOP] x 0,16 [euro/m3]).

Vraag is of deze benadering in de praktijk van een zwembad sowieso wel opgaat. Voor leidingdelen die zich binnen de verwarmde delen van het gebouw bevinden is deze warmte immers niet verloren. Bij een bouwkundig geheel geïsoleerd gebouw is daar sprake van.

FE4 Warmteverlies via spoelwater beperken

De in de EML genoemde technische voorwaarde van de aanwezigheid van een -voldoende groot- spoelwaterbuffer (“minimaal 55 m3”) gaat in veel gevallen niet op. Deze voorwaarde lijkt daarnaast ook redelijk arbitrair. De vraag is meer of er -in verhouding tot de grootte van de aan te leggen installatie voor warmteterugwinning- wel voldoende tijd is zodat de restwarmte van de bufferinhoud efficient op vers suppletiewater (vrije koeling) of zwembadwater (middels een warmtepomp) over kan dragen. Wanneer het effluent efficient via een rioolbuiswarmtewisselaar kan worden teruggewonnen (TEA) is een spoelbuffer zelf geheel overbodig. Voor zover bekend zijn de ontwikkelingen op dit gebied nog volop gaande.

FE5 Warmteverlies via glijbaan (“buitenom”) beperken

Aangezien glijbanen om ruimtebeslag binnen te beperken vaak buiten om het gebouw heengaan, vormen deze geliefde attracties om meerdere redenen een bron van warmteverlies. Een belangrijke reden is dat ze vaak enkelwandige zijn uitgevoerd waardoor ze een laag isolerend vermogen hebben, de oorzaak van dit warmteverlies. Het verlies treedt vooral op wanneer -warm- zwembadwater door de koude buis stroomt. Maar warmteverleizen ontstaan ook tijdens de vele uren stilstand, wanneer warme zwembadlucht als was het een omgekeerd schoorsteen in de buis afkoelt en naar beneden stroomt. Met het aanbrengen van een opblaasbare balg ergens in de buis wordt deze luchtstroom eenvoudig gestopt. De investering in deze voorziening is verhoudingsgewijs gering.

__________________________________________________________________________

Op zoek naar onderbouwing van uw EML?  bel of mail ons!


Afbeelding: screenshot van de gebruikte rekentool (GB Techniek-Beheer)

Bronnen:
Wetten.overheid.nl Activiteitenbesluit, bijl. 10, tabel 11 (sport en recreatie)
Weten.overheid.nl Activiteitenbesluit, bijl. 10a: berekening terugverdientijd
Valk en de Groot – TEA: Thermliner – verwarmen met afvalwater