Het kabinet vecht het vonnis aan in de klimaatzaak die is aangespannen door burgerinitiatief Urgenda.  Daarin oordeelde de rechter eind juni dat de Nederlandse overheid meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2, te verminderen. Het vonnis eist vermindering van de uitstoot met minimaal 25 procent, terwijl Nederland nu afstevent op 17 procent. Urgenda, organisatie voor duurzaamheid, was de klagende partij.

klimaatveranderingHet kabinet gaat in beroep uit zowel staatsrechtelijke als inhoudelijke overwegingen. Dat zeiden staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA) en minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) gisteren in de Kamer. Het kabinet moet zich houden aan het vonnis zolang het hoger beroep, dat gisteren is ingesteld, niet is afgerond.

De Urgenda-zaak is bijzonder in haar soort omdat het wereldwijd de eerste keer is dat de rechterlijke uitspraak in een dergelijke milieuzaak in het voordeel van de eisende partij is. De rechtbank liet in haar overweging zwaar wegen dat deze zaak een burgergrondrecht raakt dat uitgaat boven de “alledaagse wetgeving”. Blijkbaar ziet zij in, dat het grondrecht van de burger op bescherming tegen onheil door haar overheid niet zomaar kan worden opgeofferd met een beroep op het “Calimero-effect”: De Staat kan zich niet verschuilen achter het argument dat de oplossing van het wereldwijde klimaatprobleem niet alleen afhangt van Nederlandse inspanningen (omdat haar aandeel te gering zou zijn). Zij heeft zo bezien resultaatsverplichting en geen inspanningsverplichting opgelegd gekregen om die 25% te halen!

Het is daarom goed dat de Staat in hoger beroep gaat. Niet alleen zijn de belangen te groot, de precedentwerking van de zaak is groot aangezien deze wereldwijde belangstelling geniet. Intussen dient zij zich te houden aan de uitspraak. Een goede zaak voor onze (klein)kinderen . . .

Een deel van de informatie van dit artikel verscheen op vrijdag 25 september 2015 in nrc.next. Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Media BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur, Jos Verlaan