Europees kader en stand van zaken

Met de komst van de Energy Performance Building Directive (EPBD) in 2003 is de eerste Europese aanzet gegeven op de weg naar normalisatie van de wijze van energieprestatiebepaling van gebouwen. De verplichting (voortvloeiend uit de EPBD) tot het hebben van een Energielabel is in Nederland aangegeven in het Besluit Energieprestatie Gebouwen (BEG) en de Regeling Energieprestatie Gebouwen (REG).

In het streven van de overheid naar harmonisatie richting één bepalingsmethode voor de energieprestatie voor zowel nieuw- als bestaande bouw (EPG) is door het Nederlands Normalisatie Instituut de NEN 7120 ontwikkeld. Deze is (in het kielzog van het nieuwe Bouwbesluit 2012) per 1-7-2012 van kracht voor nieuwbouw. Voor bestaande bouw is hierin voor de bepaling het zg. Nader Voorschrift opgenomen. Door onbedoelde uitkomsten van de methode bij toepassing op bepaalde gebouwtypen is toepassing ervan nog ongewenst. In juni 2012 is daarom door de Minister van BiZa besloten om vooralsnog de “oude” bepalingsmethode zoals in ISSO 75.1 beschreven (ook wel methode “EPA-vereenvoudigd” genoemd) te handhaven. Sindsdien zijn wijzigingen in de opgelegde methode doorgevoerd.

De Europese energieprestatienorm gaat op termijn voor zowel nieuwbouw als voor bestaande bouw gelden. Sinds juli 2014 is het Energielabel ook voor nieuwe utiliteitsgebouwen wettelijk verplicht (EPN-U).

Het Energielabel en de wet

energielabelBij de bouw, verkoop of verhuur van een utiliteitsgebouw is een energielabel verplicht. Met een energielabel is in één oogopslag te zien hoe energiezuinig een gebouw is en welke maatregelen getroffen kunnen worden om deze te verbeteren. Bij een voor publiek toegankelijk overheidsgebouw dat groter is dan 1.000 m2 bruto-vloeroppervlak moet het energielabel permanent zichtbaar zijn.

Het Activiteitenbesluit van de Wet milieubeheer verplicht om nadelige gevolgen van het gebruik voor het milieu zoveel mogelijk te voorkomen. Bedrijven en organisaties met een jaarlijks energieverbruik van meer dan 50.000 kWh elektriciteit en/of 25.000 m3 aeq (aardgasequivalenten) dienen alle mogelijke energiebesparende maatregelen te treffen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder.

Bij een energieverbruik van meer dan 200.000 kWh of 75.000 kubieke m3 aeq kan het bevoegd gezag verplichten om een onderzoek te (laten) uitvoeren waaruit moet blijken of energiebesparende maatregelen al dan niet zijn getroffen. Als uit dit onderzoek blijkt dat de bedoelde maatregelen niet zijn getroffen, wordt ‘de inrichting’ alsnog hiertoe verplicht.

De integratie van de energieprestatie-eisen voor bestaande bouw en nieuwbouw in de nieuwe EPG -Energieprestatienorm Gebouwen- gaat dus voort. De reeds lang toegezegde handhaving van de energielabelverplichting voor utiliteit heeft per 1-7-2015 met een wijziging in de Woningwet meer rechtsgrond gekregen (boete bij afwezigheid). Dit zal uiteindelijk betekenen dat notarissen transacties van gebouwen zonder energielabel niet meer kunnen doen plaatsvinden. Ook zullen nieuw op te stellen huurovereenkomsten van gebouwen/gebouwdelen geen rechtsgeldigheid meer hebben. Het opstellen van een energielabel wordt daarmee langzaamaan onontkoombaar bij toekomstige vastgoedtransacties.