waar besparing en planning samenkomen

achtergrond

Wetgeving rond legionellapreventie leidingwaterinstallaties
( Gemengd prioritaire en niet-prioritaire collectieve leidingwaterinstallaties )

Een ZORGPLICHT geldt voor ALLE eigenaren van een collectieve leidingwaterinstallatie. Dit houdt de plicht in tot het beschikbaar stellen van deugdelijk leidingwater (zie Drinkwaterwet artikel 26 en verder). Bij de groep met enkel zorgplicht gaat het om ca. 590.000 installaties.

Voor één groep geldt echter zwaardere eisen. Eigenaren/beheerders van prioritaire installaties zijn sinds 1 juli 2011 gebonden aan het Drinkwaterbesluit, de opvolger van het Waterleidingbesluit. Deze schrijft bindend voor op welke wijze invulling aan deze zorgplicht dient te worden gegeven.

Prioritaire installaties: installaties met een verhoogd besmettingsrisico

Specifieke regels met betrekking tot preventie van Legionella in leidingwater gelden voor de “aangewezen categorieën” gebouweigenaren en gebouwbeheerders met prioritaire installaties (zie Drinkwaterbesluit H4 – art 35 tm 44). In de “Regeling legionellapreventie in drinkwater en warm tapwater” is dit deel van het Drinkwaterbesluit nader uitgewerkt.

Als prioritaire installaties worden aangemerkt:legionellabacterien

  • ziekenhuizen
  • zorginstellingen
  • verblijfaccommodaties
  • asielzoekerscentra
  • penitentiaire inrichtingen
  • badinrichtingen
  • kampeerterreinen
  • jachthavens
  • truckstops.

Een en ander voor zover daarin sprake is van aerosolvormende tappunten.
Voor deze groep gelden de volgende verplichtingen:

  1. het opstellen risicoanalyse en beheersplan
  2. zorgen dat het drinkwater aan de norm voldoet (<100 kve/liter)
  3. het periodiek onderzoeken vd waterkwaliteit op een vastgesteld aantal
    tappunten (legionellamonstername en analyse overeenkomstig NEN 6265
  4. het uitvoeren maatregelen en controles conform beheersplan
  5. het bijhouden van het logboek van uitgevoerde maatregelen, controles en
    onderzoeken
  6. bij risico’s/normoverschrijding de toezichthouder informeren en eventueel
    acties nemen
  7. bij risico’s/normoverschrijding eventueel verbruikers informeren en
    adviseren, e.e.a. om besmettingsrisico te beperken of voorkomen.

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) die belast is met de handhaving van het Drinkwaterbesluit, heeft hierover informatieblad “Legionella, uw zorg?!” uitgegeven (klik hier voor een samenvatting). Een voorgestelde aanpak is die volgens de ISSO 55.1.

Monstername dienen te geschieden overeenkomstig NEN 6265:2007 of een gelijkwaardige methode. Hoewel eisen zijn gesteld aan de personen, bedrijven en laboratoria die monsters nemen en analyseren op legionella hoeft de monsternemer niet in dienst te zijn van het laboratorium. Hij/zij moet wel voor deze taken geaccrediteerd zijn (www.rva.nl).

De Legionella-risicoanalyse en een eventueel op te stellen beheersplan dient volgens Drinkwaterbesluit door een BRL6010 gecertificeerde instelling te worden uitgevoerd. Het KvINL (voorheen KBI) houdt een lijst bij van deze instellingen. Met ingang van 30 april 2013 is de BRL6010 herzien waardoor certificaten vanaf die datum vervangen dienen te worden.

Eigenaren/beheerders zonder prioritaire installaties hebben volgens het Drinkwaterbesluit meer mogelijkheden om invulling aan hun zorgplicht te geven: er gelden hier geen harde wettelijke verplichtingen. Lees hier meer over deze groep.

Optimization WordPress Plugins & Solutions by W3 EDGE